Wanneer twee partners die kinderen hebben besluiten te gaan scheiden, dan zal het ook grote gevolgen hebben voor de kinderen. In hun wereld zal er veel gaan veranderen en ze zullen veel vragen hebben.
Ze zien de emoties van de ouders en hebben ook hun eigen emoties. Omdat het leven na de scheiding doorgaat, dient u zeker wanneer u kinderen heeft, zo snel mogelijk aandacht aan uw en hun toekomst te besteden. In veel gevallen zal dit moeilijk zijn met name omdat u eigenlijk nog heel andere zaken aan uw hoofd heeft, maar voor uw kinderen is het heel belangrijk dat er buiten alle scheidingsperikelen om toch weer een bepaalde structuur ontstaat die hun zekerheid zal gaan bieden. Een belangrijk punt voor een kind is bij wie het gaat wonen na de scheiding en wie de verzorging en opvoeding gaat doen. Meestal zal het kind bij één ouder blijven wonen en moet een omgangsregeling voor de andere ouder worden afgesproken.
Wat is een omgangsregeling
Wanneer de ouders samen afgesproken hebben bij wie het kind gaat wonen, moet er dus ook afgesproken worden hoe vaak en wanneer het kind de niet-verzorgende ouder kan zien en hoe deze geïnformeerd wordt over het kind. Dit wordt een omgangsregeling genoemd en bevat afspraken over omgang, informatie en consultatie. Hiervoor bestaat geen standaard regeling. Wanneer de ouders overigens onderling niet tot afspraken hierover kunnen komen, dan zal de rechter hierover een besluit nemen. Wanneer nodig zal de rechter advies inwinnen bij de Raad voor de Kinderbescherming.
Inhoud van een omgangsregeling
In de omgangsregeling worden afspraken gemaakt over de volgende punten:
• Recht van omgang c.q. omgangsrecht; hoe vaak en hoe lang ziet de niet-verzorgende ouder het kind. Dit wordt ook wel de bezoekregeling genoemd.
• Recht van informatie; met name de niet-verzorgende ouder dient ook informatie over het kind te krijgen van de ouder waar het kind bij woont. Deze ouder heeft de plicht om informatie te verstrekken over belangrijke zaken zoals voortgang op school en gezondheid van het kind.
• Recht van consultatie; beide ouders moeten elkaar om hun mening vragen en overleggen betreffende belangrijke beslissingen over het kind. In het geval van éénoudergezag mag de ouder die het gezag heeft uiteraard zelf de beslissingen nemen, maar overleg met de andere ouder is wel aan te raden.
Wanneer er sprake is van het gezag van één ouder, dan heeft de andere ouder toch minimaal informatierecht en bestaat voor de ouder die het gezag uitoefent ook de consultatieplicht.
Wat is omgangsrecht
Ouders en kind hebben een wettelijk recht op omgang met elkaar. Met ouders worden overigens de juridische ouders bedoeld, dus in het geval van de vader degene die het kind erkend heeft. Ouders hebben dus omgangsrecht, maar dit moet ook in de praktijk uitgevoerd worden na een scheiding en zal daartoe worden opgenomen in de zogeheten omgangsregeling.
Ontzegging van het omgangsrecht
Het kan voorkomen dat het in het belang van het kind is dat de niet-verzorgende ouder geen contact meer heeft met het kind. Daartoe kan de ene ouder een verzoek bij de rechter doen om de andere ouder het recht op omgang te ontzeggen. De rechter zal een dergelijk verzoek zeer zorgvuldig afwegen en het alleen toekennen als er sprake is van:
• De omgang veroorzaakt zeer ernstig nadeel voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind.
• De ouder is echt niet geschikt of in staat tot omgang met het kind.
• Het kind is 12 jaar of ouder en heeft zelf ernstig bezwaar tegen omgang met de ouder.
• Een andere reden die in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
Invulling van het omgangsrecht
Het recht van omgang moet ook zodanig zijn dat het kind en de niet-verzorgende ouder samen een natuurlijke huiselijke relatie op kunnen bouwen gedurende de tijd dat ze elkaar zien. Om dit te bereiken moeten logeerpartijen worden geregeld, wanneer dit uitvoerbaar is. Een aantal veel voorkomende bezoekregelingen zijn de volgende:
• Elk weekend bij de niet-verzorgende ouder doorbrengen.
• Elk weekend een dag bij de niet-verzorgende ouder doorbrengen.
• Om de week een weekend bij de niet-verzorgende ouder doorbrengen.
• Maandelijks een weekend en iedere woensdagmiddag bij de niet-verzorgende ouder doorbrengen.
• Geen vaste regeling, maar spontane afspraken. Uiteraard werkt dit alleen als de verstandhouding tussen beide ouders goed is.
Daarnaast zal men ook afspraken over de invulling van de vakanties moeten maken.
Vastleggen van de omgangsregeling
De omgangsregeling moet altijd schriftelijk vastgelegd worden, anders is het in geval van conflicten hierover nooit mogelijk een beroep op de afspraken te doen. Het beste is wanneer de omgangsregeling ook enige rechtskracht heeft. Men kan de omgangsregeling deel uit laten maken van de echtscheidingsconvenant, die rechtskracht heeft wanneer die in de echtscheidingsbeschikking door de rechter wordt opgenomen. Dit betekent wel dat de omgangsregeling ook door een notaris of advocaat mede ondertekend dient te worden. Deze professionals kunnen overigens net als ook een mediator hulp bieden bij het opstellen van de regeling.
Verzoek omgangsregeling door derden
Er zijn buiten de ouders ook andere personen die een verzoek om een omgangsregeling kunnen doen bij de rechter. Dit zal na een scheiding ook kunnen gebeuren omdat dan de kans bestaat dat de betreffende persoon het kind anders niet meer ziet. Wanneer iemand een verzoek tot een omgangsregeling doet, zal dit verzoek door de rechter in behandeling worden genomen als er een nauwe relatie tussen de verzoeker en het kind bestaat. De rechter zal echter een en ander zeer zorgvuldig afwegen. Derden die zo´n verzoek kunnen doen zijn:
• de verwekker die het kind niet erkend heeft, dus de biologische vader.
• bloedverwanten in de tweede graad, met name een oma en opa die een belangrijke bijdrage aan de verzorging en opvoeding van het kind geleverd hebben.
• pleegouders die het kind langer dan een jaar verzorgd hebben.
• kinderen van 12 jaar en ouder kunnen ook zelf een verzoek indienen.